Als ik mijn paspoort nodig had, dan pakte ik ‘m er zo uit.

Wilde iemand een enveloppe, dan had ik er binnen tien seconden eentje te pakken.

Tot zover ging het wel, met dat kastje.

Maar die te grote, scheve stapels met papieren die ooit misschien wel of niet weg moesten. De snoertjes en de dingetjes en de oude pasjes. Dat er soms wat uitviel. Dat ik soms toch ook niet iets meteen kon vinden.

Na twee of misschien wel drie jaar vol ergernis haalde ik gisteren het kastje leeg. Ik vulde een vuilniszak en een tas voor oud papier en toen kon het kastje weer dicht.

Af en toe maakte ik ‘m nog even open, om te genieten van de keurige aanblik van de keurige stapeltjes, met twee Airpods in mijn oren, die ik vorig jaar had gekregen voor mijn verjaardag, maar waarvan er al heel snel eentje helemaal kwijt was.

Iets doen wat je al heel lang uitstelt levert meestal nog meer op dan je denkt.